Steun deze site. Koop via deze links: Nederlandstalige bierboeken, Engelstalige bierboeken, een bierig artikel of een ander artikel van Bol.com
Het kost je niets extra.

koken & tafelen algemeen

 

 

 

 

mail info@hobbybrouwen.nl

Een andere wedstrijdopzet

Internationalisering

Dat onze samenleving aan het verinternationaliseren is heeft denk ik iedereen wel in de gaten. EU-afspraken grijpen steeds verder in in het maatschappelijk leven en over een tijdje zijn we onze nationale munt kwijt. Hetgeen zich afspeelt in het buitenland wordt almaar belangrijker en het is niet meer mogelijk je ogen daarvoor te sluiten.
Via het medium Internet kom ik zeer regelmatig in contact met zelfbrouwers buiten Nederland. Meestal gaat het dan om Belgen (mijn internetpagina is in de Nederlandse taal) maar ook veel Amerikanen bezoeken mijn virtueel brouwplekje. Het veelvuldig contact met Amerikanen is niet verwonderlijk. Internet is een medium waarop bij uitstek veel Amerikanen zijn aangesloten. Daarnaast zijn er veel Amerikanen die zelf bier brouwen. Je kunt dan ook veel informatie op Internet over bier vinden die van Amerikaans origine is. Gelukkig hebben de Amerikanen geen alleenrecht op Internet en kun je er ook veel goede bierinformatie vinden van Engelse en Duitse bodem.

 

In gesprek met Charlie Papazian

Eén van de belangrijkste zo niet dè belangrijkste exponent van de Amerikaanse zelfbrouwcultuur is Charlie Papazian. Deze zeer beminnelijke Amerikaan is al vele jaren de voorzitter van de American Homebrewers Association (AHA), 's wereld grootste club van zelfbrouwers. Tijdens het dit jaar op 24 mei in Bergen op Zoom gehouden open Nederlands kampioenschap voor amateur-brouwers heb ik uitgebreid met Charlie gesproken. Charlie was door het Bergsche Bierbrouwergilde uitgenodigd om te jureren bij het kampioenschap. Twee jaar geleden heb ik Charlie voor de eerste keer ontmoet tijdens het in Nijmegen gehouden open Nederlands kampioenschap. Toen was mijn gedachtewisseling met Charlie nog vrij beperkt (ik moest me toen het Engelstalige vakjargon nog eigen maken). Nu was er veel meer tijd om ervaringen en visies uit te wisselen en konden we dezelfde taal spreken.
 

Moutextract

Een aantal elementen van mijn gesprekken met Charlie wil ik hier graag met jullie delen. Allereerst wil ik de opmerking van Charlie kwijt dat wij hier in Europa op zelfbrouwgebied veel traditioneler zijn ingesteld dan onze Amerikaanse collega's. De serieuze Europese zelfbrouwer wijst het gebruik van moutextract van de hand. In Amerika wisselen de serieuze brouwers moutextract en mout regelmatig af. Naar het idee van Charlie schrik je teveel mensen af als je het credo verkondigt dat goed brouwen alleen mogelijk is via het maischproces. Door meer ruimte te geven voor het brouwen met extract geef je aan meer mensen de kans te genieten van zelfgebrouwen bier. Natuurlijk moet dan uitgegaan worden van een eerste kwaliteit moutextract. Overigens is de beschikbare kwaliteit de laatste jaren sterk verbeterd. Eén van de allerbeste kwaliteiten zou hier uit Nederland moeten komen.
Zeer opmerkelijk is de stelling van Charlie dat met name de gist en de hop bepalend zijn voor het uiteindelijke resultaat. Zeker, deze ingrediënten zijn belangrijk maar we mogen vooral de rol van de mout en in iets minder mate die van het water niet uitvlakken. Alle ingrediënten zijn verantwoordelijk voor de uitkomst van het brouwproces.
Als we Pierre Rajotte (de Canadese gastspreker van de clubavond van januari 1996) mogen geloven dan beschikken we hier in Europa over veel betere mout dan in Amerika. Misschien is de slechte Amerikaanse mout de reden waarom Charlie verkondigt dat het niet uitmaakt of je moutextract gebruikt of mout. Ik geef in ieder geval de voorkeur aan mout boven het halffabrikaat moutextract. Als brouwer heb je de kwaliteit van je bier veel meer in eigen hand als je het maischproces zelf uitvoert. Per slot van rekening wordt niet alleen de kleur maar ook de body, schuimhoudbaarheid en vergistinggraad bepaald tijdens het maischen.
 

Traditioneel

Niet alleen ten aanzien van moutextract zijn wij hier traditioneler dan de Amerikanen. In Amerika wordt veel meer geëxperimenteerd met recepten dan hier. Wat dacht je van chocoladebier gebrouwen met cacaopoeder of van chilibier met Spaanse pepers. Niet mijn smaak, maar het is wel zonder meer vernieuwend. Overigens weten jullie natuurlijk ook allemaal dat nieuw niet altijd beter betekent.
Naast de traditionele biertypes ontwikkelden de Amerikanen ook 'eigen' Amerikaanse biertypes. Wegens het niet voorhanden zijn van originele traditionele grondstoffen gebruikten de zelfbrouwers aan de andere kant van de grote plas andere grondstoffen voor bijvoorbeeld een pale ale of een stout. Vooral het gebruik van andere hopsoorten leidde tot bieren met afwijkende smaken. Zo ontstonden de 'American beerstyles'.
Erg bijzonder is dit verschijnsel overigens niet. Hier in Nederland kennen we bokbieren en dortmunders die weinig weg hebben van de oorspronkelijke Duitse bieren.
 

Veel, heel veel

Volgens Charlie zijn er in Amerika zo'n 900.000 tot 1.000.000 zelfbrouwers. Zo'n 23.000 daarvan zijn aangesloten bij de AHA. Dit betekent dat 1 op de 200 Amerikanen zelfbrouwer is en dat 1 op de 9000 is aangesloten bij de AHA.
Doordat er zoveel zelfbrouwers in Amerika te vinden zijn zijn er ook veel leveranciers van zelfbrouwartikelen. De verscheidenheid aan gist- en moutsoorten die er verkrijgbaar is is om jaloers op te zijn. Niet alleen qua grondstoffen maar ook qua technische ontwikkeling staan de Amerikaanse zelfbrouwers niet achteraan. De wortverzamelpijp (ook wel hevelfilter genoemd) was allang bekend in de States voordat een Nederlandse club deze "uitvond". Maar ook veel meer innoverende brouwtechnieken worden er ontwikkeld, zoals een maischsysteem waarbij het beslag rondgepompt wordt terwijl het tegelijk verwarmd wordt.
Je kunt je voorstellen dat met zoveel amateur-brouwers de nationale zelfbrouwwedstrijd een stuk omvangrijker is dan hier. Naar wat Charlie mij vertelde begreep ik dat vorig jaar bij deze wedstrijd in totaal 3000 bieren ingezonden waren, dat is een factor tien keer zo veel als bij de Nederlandse tegenhanger. In zes plaatsen verspreid over de USA worden voorrondes gehouden (elke plaats 500 bieren). De beste drie in elke klasse gaan door naar de finale. Daar worden dus per klasse 18 bieren gekeurd (3 x 6).
Dit jaar konden bieren worden ingezonden in 33 klassen. Deze klassen zijn gebaseerd op (in Amerika bekende) biertypes. Charlie bepleitte bij mij om onze huidige systematiek van 4 klassen te verlaten. Hoe meer klassen hoe meer vreugd (meer winnaars) houdt hij mij voor. Het aantal bieren in een klasse blijft beperkt en de juryleden hoeven veel minder appels met peren te vergelijken. Brouwers die het aandurven een wat minder gebruikelijk bier te brouwen worden op deze wijze beloond (meer kans op een prijs). Hier in Nederland worden de inzendingen op dit moment vooral overheerst door de tripels, dubbels, witbieren en Belgische ales. Bij de AHA-wedstrijd zijn de klassen gebaseerd op het aantal bieren dat het jaar daarvoor is ingediend. Als er te weinig bieren in een klasse zijn dan gaan de bieren door naar de zogenaamde gemengde klasse.
De 33 bieren die bekroond zijn met een eerste prijs worden onderling vergeleken in de finale ronde, de zogenaamde "Best of Show". Ook bij het Open Nederlands kampioenschap kennen we zo iets ten behoeve van het bepalen van de algemene kampioen. Persoonlijk vind ik dat altijd heel lastig. Is die uitstekende dubbel nu beter dan dat eveneens zeer geslaagde witbier. Als er zo 33 zeer goede bieren langs elkaar gezet sta je als keurmeester voor een wel haast onmogelijke taak. In de regel zijn bij dergelijke vergelijkingen de ongebruikelijke biertypes in het voordeel. Ook voor de keurmeesters geldt: verandering van smaak doet drinken (winnen).
 

Imitatie of meesterwerk

De bierstijlen waarin bij de AHA-wedstrijd ingezonden kan worden zijn zeer precies omschreven. De bieren worden door de juryleden aan de hand van deze criteria beoordeeld. Met het stijgen van de kwaliteit van het bier dat hier in Nederland zelfgebrouwen wordt bemerk ik ook bij de keurmeesters in ons land een almaar grotere behoefte om bieren strikt op biertype te beoordelen.
Ik moet eerlijk bekennen dat mijn zelfgebrouwen bieren door meer bierdrinkers gewaardeerd worden nu ik de laatste tijd steeds meer op type brouw. Ze kunnen mijn bier beter plaatsen binnen hun referentiekader. In het verleden wilde ik niet van biertypes weten voor de beoordeling van zelfgebrouwen bieren. Nog steeds vind ik dat je als amateurbrouwer niet geheel je oren moet laten hangen naar de commerciële bieren. Toch zit er een zekere uitdaging in het imiteren van commercieel verkrijgbaar bier. Om een meesterwerk te kunnen imiteren moet je heel wat kennis en vaardigheid in huis hebben. Of je de juiste grondstoffen te pakken kunt krijgen is natuurlijk ook nog de vraag. De smaak van een bier is afhankelijk van zoveel factoren dat het je nooit zal lukken een exacte kopie te maken. Wist je dat de grote brouwerijen daar zelfs veel moeite mee hebben? Het merendeel van de apparatuur in een professionele brouwerij is noodzakelijk om een constante kwaliteit te krijgen. En zelfs dan vermengt men vaak meerdere brouwsels om smaaknuances uit te vlakken. Ja, vakmanschap is meesterschap, zelfs voor de grote jongens!

Jacques Bertens
 

Eerdere publicatie

Dit artikel is eerder gepubliceerd geweest in het clubblad van "De Roerstok" van december 1997.